Diana
Gambardella
“Ik had
eigenlijk archeoloog willen worden”
Het KunstFront: witte gangen, een valse piano,
sterren in de ruiten, prachtige schimmelmuren en veel
hout. Vensters, trapleuningen, pallets, wrakhout en
opslagrekken verspreid door het pand. Daarin liggen
de objecten en artefacten die Diana, op haast
archeologische wijze, heeft gecategoriseerd:
“gehavend en afgedankt zijn ze klaar om een tweede
leven te beginnen.” Een gesprek met een eigenzinnige
Amsterdamse.
“Ik ben geboren in Amsterdam maar helaas niet
getogen, mijn ouders verhuisden al heel vroeg naar
Hunsel, een dorp nabij Thorn. Daar was wel veel
natuur zodat we hutten konden bouwen.” Brons is mijn
materiaal (…) maar klei vind ik mooi vanwege het
steenachtige uiterlijk; het is oers en kan de tand
der tijd weerstaan.” Diana heeft een fascinatie voor
oude culturen, in het bijzonder voor Pompeii, de stad
in de buurt van waar haar vader vandaan komt. “Hij
heeft een uitbarsting van de Vesuvius nog meegemaakt,
hij spoog vonken in de nacht; de as zit in de genen.
(…) De vergane dorpen rondom Pompeii zijn
archeologische ontdekkingsreizen. Complete huizen met
mozaïek vloeren, mensen en dieren die door de hete
brei werden ver(r)ast, worden opgediept.” Het is de
afdruk van het “echte leven” die haar inspireert.
De fascinatie voor materie kreeg ze via haar vader
die overal wel een handige, zelfgemaakte oplossing op
vond: “Ik haalde als kind alles uit elkaar: van
pennen tot auto-onderdelen. Ik wilde weten hoe het
werkte, wat de technische constructie was.” Er zijn
maar weinigen die het haar nadoen. “De maatschappij
is met al zijn specialismen doorgedraaid (…) en
waarom zouden wij zo superieur zijn ten aanzien van
vroegere beschavingen?” Ze stelt de universele vraag:
“Wat beweegt het innerlijk van de mens in
verschillende tijden?”
Wat beweegt Diana om kunst te maken? ‘Een wiel met
keramisch draagvlak’ is de minst suggestieve duiding
van een serie werken, ze houdt niet van stickertjes.
“Ik vind vooral het doen interessant, je moet het
werk niet kapot analyseren. Het is wat het is.” Haar
academietijd aan de ABKM (Product- en
Sieraadvormgeving) sloot ze vroegtijdig af; het hoge
conceptuele gehalte en het gemis aan didactische en
technische kunde waren oorzaak.
Samen met vriend Sándor, met wie ze elf jaar samen
is, richtte ze na veel omzwervingen het KunstFront
op. “Het is heel veel werk geweest om deze ruimtes
gebruiksklaar te krijgen, maar dit jaar gaan de
eerste cursussen van start”. Het pand aan de
Cabergerweg herbergt onder meer een grafische ruimte,
een plek voor houtbewerking en een gigantische oven.
Aan de keuken wordt nog gewerkt. In de
expositieruimte klinkt een harp; voor Musica Sacra.
De klankkleuren passen binnen de rauwe sfeer van het
oude Vredestijn Kantoor. Het Espresso apparaat geurt
door de gang: “maar ooit wil ik weer terug naar
Italië”.
Fotografie: Mara
Berkhout, www.maraberkhout.tk
Tekst: Jan Smeets, www.smeetstekst.nl
Klik
hier om de andere kunstenaarsprofielen
ook te bekijken.